Dr. Ruth Reychler
9700 Oudenaarde
België

reumatoloog

reumatologie

 


Diagnose en behandeling volgens het type aandoening

Psoriatische artritis (PsA)

 

  voorbeeld van "worstduim"

 


CASPAR-criteria (2006) met hoge specificiteit (98.7%) en sensitiviteit (91.4%) vereisen inflammatoire tekenen (synovitis, spondylitis of enthesitis) én minstens 3 punten uit volgende reeks:

  • actieve psoriasis (2 punten), antecedenten van psoriasis (1 punt) of familiale psoriasis (1 punt)
  • actieve psoriasis nagelaantasting (putjes, onycholysis, hyperkeratosis (1 punt)
  • negatief voor RA (1 punt)
  • actieve of geschiedenis van dactylitis (zwelling van een volledige vinger) (1 punt)
  • tekenen van juxta-articulaire nieuwe botformatie op radiografie (1 punt)

Andere kenmerken:

  • PsA kan zowel perifere gewrichten als axiaal skelet en de sacro-iliacale gewrichten aantasten
  • 20% chronisch progressief en deformerend, vaak asymmetrisch met aantasting van distale interfalangiale gewrichten
  • 15% symmetrische aantasting van handen en voeten zoals bij RA, IBD-gebonden artropathie en osteoartritis
  • 10% zijn RA-positief: onderscheid trachten te maken met RA
  • Tot 15% zijn aCCP positief (ook bij Hepatitis C gebonden artropathie)
  • In 50% gestegen VS en CRP
  • nagellesies nagaan: 85% bij PsA en 40% bij psoriasis alleen
  • vrouw = mannen tussen 20-40 jaar beginnend
  • typisch: dactylitis in 1/3
  • 10% krijgt eerst gewrichtsklachten en later psoriasis
  • ook tenosynovitis en enthesitis (plantaire fascia insertie en Achillespees)
  • ziektevrije perioden bestaan, maar herval komt veel voor
  • radiografisch: PSA kan tegelijk erosief en osteoproliferatief zijn
  • MR en echografie met power doppler zijn nuttig voor detectie van inflammatie, vroege erosies en enthesitis; axiaal is MR nuttig voor het ontdekken van synovitis, botoedeem
  • Onderscheid met reactieve artritis:
    • bij inflammatoire darmziekte (IBD): 1/3 tussen 30 en 40j
    • bij verschillende virale syndromen: vb. Parvo19 (vooral bij vrouwen met kleine kinderen), hepatitis C (bij tattoos, IV-drugs, bloedtransfusie); symmetrische artritis bij jonge volwassenen na acute infectie (gastro-intestinaal, genito-urinair, seksueel overdraagbare ziekten) en HIV (ook toename psoriasis)
    • meer bij mannen 3:1
    • zowel axiale als perifere artritis
    • vooral monoarticulair
    • zelden met enthesitis, dactylitis of psoriasis

Prognose:

Psoriatische artritis heeft een variabele ziekte-expressie: soms is het een invaliderende ziekte.

Een slechte prognose hangt samen met:

  • het aantal ontstoken gewrichten
  • een nagelaantasting
  • een gestegen bezinking
  • het niet aanslaan van medicatie
  • gewrichtsaantasting en functieverlies.

Behandeling:

  • educatie met fysieke oefeningen
  • aanpassing van het werk is belangrijk
  • gebruik van orthesen om aangetaste gewrichten te ontlasten,
  • hoger risico voor cardio-vasculair lijden
  • initieel NSAID bij milde vormen (maar kan de huidpsoriasis doen toenemen): deze medicatie vermindert de ontsteking
  • lokale steroïden IA vooral bij oligo-articulair lijden, geen corticoïden per os
  • indien NSAID onvoldoende zijn (de graad van ziekte-activiteit en letsels dient bepaald) of indien het een vorm met slechte prognose betreft, zijn DMARD (Disease Modifying Anti Rheumatic Drugs) onontbeerlijk:
    • vooral methotrexaat (ook goed tegen de huidaantasting)
    • leflunomide (Arava), indien methotrexaat niet verdragen wordt of onvoldoende werkzaam is
    • sulphasalazine of Salazopyrine (bij milde gevallen en bij personen met kinderwens)
    • hydroxychloroquine (dit kan opstoot huidpsoriasis geven)
    • azathioprine en cyclosporine (zelden)
  • Indien de ziekte na 3m onvoldoende reageert, kunnen we beroep doen op
    • apremilast (Otezla) perorale therapie, aanvankelijk gemakkelijk diarree, verder vrij goed verdragen, zeer actief op dactylitis en enthesitis
    • biologicals
      • anti-TNF-α: antecedenten van tuberculose of actieve tuberculose dienen te worden uitgesloten, vooraf aangepakt of voor opflakkeringen beschermd tijdens de therapie
        • adalimumab (Humira) s.c.
        • etanercept (Enbrel en Benepali) s.c.
        • golimumab (Simponi) s.c.
        • infliximab (Remicade, Remsima, Inflectra, Flixabi) i.v.
        • certolizumab (Cimzia) s.c.
      • biological tegen IL-12 en IL-23 ustekinumab (Stelara) s.c., meer actief op psoriasis
      • biological anti interleukine-17A secukinumab (Cosentyx) s.c.
      • andere in onderzoek

 

mail stuur me een mail

Terug naar reuma - Spondylartropathie modernblue_next.gif  

© 2004- Design & SEO Web Site Tuning
Disclaimer & Privacy